wachten...

Mijn online dossier

Succes

→ Winkelwagen bijgewerkt

Info

→ Winkelwagen bijgewerkt

Succes

E-mail verzonden!

Fout

E-mail niet verzonden!

Fout

Code is incorrect!

Fout

U bent iets vergeten!

Fout

Artikel niet meer op voorraad!

Fout

Succes

Succes

Fout

M.F.A. Enait versus Gemeente Rotterdam

4 September 2006.

Kennis is geen macht als je zwart bent. Het hoogst haalbare voor de gekoloniseerde mens is om een tweederangs, semi-burger te worden.

Frantz Fanon (1925 – 2005)

Geachte commissieleden,

I.ALGEMENE INLEIDING

1.Dit wordt het verhaal van: “Gij zult handenschudden, op straffe van uitsluiting. Gij zult uw kleedwijze conformeren, op straffe van uitsluiting." Dit wordt het verhaal van: “ Uw fatsoensnormen, zijn niet mijn fatsoensnormen."

2.Maar ik moet niet uit de bocht vliegen, doordat ik nu alvast met te weinig woorden zou proberen u te overtuigen van wat ik verderop zo parsimonisch – met niet meer woorden dan nodig is, maar wel genoeg om duidelijk te zijn - uit de doeken doe.

3.Ik wil niet zijn als de omgekeerde moppentapper die begint met schaterlachen, dan de clou weggeeft, en die dan nog de humor uit moet leggen.

4.The set of facts herhaal ik hier ad brevis, omdat deze reeds in de voorprocedure in extenso aan bod is gekomen.

5.Op basis van de voor de functie noodzakelijke competenties werd verzoeker uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst op 16 december 2005.

6.Er volgde een cesuur in de reguliere werving- en sollicitatieprocedure en verzoeker werd door verweerder verzocht langs te komen voor een gesprek op 23 februari 2006.

7.Verzoeker - het spartelende kind in het badwater - werd per brief van 13 maart 2006 bedankt voor zijn belangstelling in de SoZaWe als werkgever.

8.Op twee alternatieve gronden werd besloten verzoeker niet aan te stellen als klantmanager. Verzoekers kleedwijze en het feit dat verzoeker om religieus-protocollaire redenen geen handen schudt van vrouwen.

II.VERWEERSCHRIFT VERWEERDER

9.Voortschrijdend inzicht, of het besef van de juridische kromheid, heeft verweerder bij verweerschrift van 7 augustus 2006 een andere procespositie doen innemen.

10.Verweerder stelt nu dat de kledingwijze van verzoeker een ondergeschikte rol heeft gespeeld.

11.Wat is er gebeurd met de algemeen aanvaarde fatsoensnorm: “Gij zult niet liegen."?

12.Zowel het gesprek van 23 februari 2006 alsde brief van 13 maart 2006 van SoZaWe aan verzoeker suggereren namelijk anders.

13.In de brief wordt duidelijk gesteld dat de aanleiding van het gesprek werd gevormd door de wijze waarop verzoeker gekleed gaat uit religieuze overtuiging en de wijze waarop verzoeker het vrouwelijke geslacht begroet.

14.De brief spreekt voorts over houding, kleding en optreden van de klantmanager en de invloed die het kan hebben op de functionele relatie met de klant.

15.De brief bevat dan nog als summumde volgende frase: “ Wij zijn van mening dat uw kleding en de wijze waarop u vrouwen begroet, uw functioneren als klantmanager kwetsbaar maakt.“

16.Argumenttechnisch hebben we bij de geciteerde zinsneden te maken met meervoudige en geen nevenschikkende argumentatiestructuren.

17.Dit is juridisch-technisch van belang nu de SoZaWe mannen vanwege de manier waarop ze gekleed gaan uit religieuze overtuiging weigert, terwijl vrouwen die gekleed gaan uit religieuze overtuiging niet worden geweigerd.

18.Het niet toestaan van diezelfde expressie bij mannen levert ongelijke behandeling op grond van geslacht, artikel 5 lid 1 AWGB juncto artikel 1 AWGB.

19.Verzoeker memoreert dat hij slechts aannemelijk moet maken dat er verboden onderscheid heeft plaatsgevonden. De bewijslast rust bij verweerder.

20.Vervolgens leest het verweerschrift als een hoofdstuk uit een spannend jongensboek en gunt verweerder ons een kijkje in de gaarkeuken opdat we kunnen zien hoe de sollicitatieworst bij hen wordt gemaakt.

21.Otto von Bismarck zei het al wijselijk:" Als u houdt van wetten en worsten is het beter niet te weten hoe ze worden gemaakt."

22.Verzoeker zou bij een niet haperend, uit alle cilinders vurend systeem, al bij voorbaat uitgeselecteerd moeten worden. Zijn sollicitatie moest linea recta in de papiervernietiger terecht gekomen zijn.

23.Het feit dat verzoeker op zijn competenties was uitgenodigd op de informatiebijeenkomst was een treurig bedrijfsongeval.

24.Een rendez-vous van vragen en vraagtekens. Gebeurt dit vaker? Moeten allochtonen anoniem solliciteren bij de SoZaWe? Wat is de rol van de directie bij dit gesjoemel met documenten? Waarom worden er bloemen in de knop gebroken? Waarom worden potentieel klinkende carrières afgebroken en prachtige reputaties vernietigd. Waarom wordt er gediscrimineerd?

25.Verweerder moet ook de volgende zin verduidelijken. “De kleedwijze draagt bij aan de overtuiging dat er onderscheid wordt gemaakt op grond van geslacht."

26.Bedoelt verweerder dat nu je kunt zien dat verzoeker een orthodoxe Moslim is, zijn gedraging geïnterpreteerd moet worden als seksistisch? Het is toch een feit van algemene bekendheid dat orthodoxe Moslims seksisten en misogyn zijn?

27.Dergelijke faciele redeneringen zijn onbeschaamd Islamofoob.

28.In het document Islamophobia: A Challenge for us all, wijd geaccepteerd ook door The European Monitoring Centre on Racism and Xenophobia, worden er acht componenten van Islamofobie onderscheiden, waarvan één is: “ISLAM is seen as inferior to the West. It is seen as barbaric, irrational, primitive and sexist."

29.Verweerder geeft twee argumenten aan waarom verzoeker is afgewezen.

30.Argument één: door het schudden van de hand van alleen mannen, maakt de heer Enait onderscheid op grond van geslacht.

31.Bij aanstelling tot ambtenaar of de beëindiging van het dienstverband is een direct onderscheid op grond van godsdienst of levensovertuiging verboden en is een indirect onderscheid slechts geoorloofd indien daarvoor een objectieve rechtvaardiging bestaat. Daarvan is slechts sprake in het geval van een legitiem doel voor het bereiken waarvan de gestelde (beperkende) middelen passend en noodzakelijk zijn, voorwaarden waarin vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit liggen besloten.

32.Voor zover deze middelen de godsdienstvrijheid beperken zal voorts moeten worden voldaan aan de vereisten die artikel 6 Gw en artikel 9 van het EVRM daaraan stellen. Op grond van artikel 6 Gw is bijvoorbeeld een specifiek wettelijke grondslag vereist voor het beperken van de vrije belijdenis van godsdienst of levensovertuiging, waaronder valt een gedraging waarmee iemand gestalte geven aan zijn geloofsovertuiging.

33.De Commissie Gelijke Behandeling heeft eerder geoordeeld dat het niet geven van een hand in het openbaar aan een persoon van het andere geslacht een gedraging is waarmee iemand gestalte kan geven aan zijn of haar islamitische geloofsovertuiging en een gedraging is die valt onder het begrip godsdienst zoals beschermd door de AWGB.

34.Voor verdere juridische argumentatie verwijs ik naar de eerdere verweerschriften van RADAR en verzoeker. Ook wijs ik u op de Nota Grondrechten in een pluriforme samenleving,

35.Het tweede argument : verzoekers weigering vrouwen de hand te schudden staat in de weg van een goede uitoefening van de functie van klantmanager.

36.Si non e vero e ben trovatto.

37.Verweerder streeft een monistische samenleving na, waarin het waardenconflict plaats maakt voor een uitgebreide etiquette, waaraan iedereen dient te gehoorzamen. Verweerder meent dat onze samenleving ook één gemeenschappelijke ethiek moet hebben.

38.Verweerder blijkt uit niets het ideaal van de plurale samenleving te huldigen, waarin waardenverschil en waardenconflict als dierbaar en zelfs als noodzaak worden gezien.

39.In Nederland vigeert echter het ethische pluralisme. Niet alleen omdat wij denken dat het onmogelijk is alle verschillen tussen mensen te overbruggen, maar vooral omdat ethisch pluralisme, de erkenning en waardering van conflicterende waarden, een voorwaarde is voor kritisch en vrij burgerschap.

40.Op het moment namelijk dat burgers gebonden zouden moeten raken aan één ethiek, aan één specifieke culturele identiteit, zou dat altijd de uitsluiting van anderen betekenen.

41.Verzoeker meent dat als de onderliggende waarde respect is gedragsdifferentiatie mogelijk moet zijn.

III.CONCLUSIE

42.Ik wil concluderen.

43.Er waart een spook rond in Rotterdam. Een spook dat onnodig wilt polariseren, bevolkingsgroepen tegen elkaar wilt uit spelen, uit gaat van een scherpe wij-zij denken, nieuwe ijzeren gordijnen en Berlijnse muren van onbegrip en intolerantie optrekt.

44. Het zou moeten gaan om de samenhang in onze samenleving en om tolerantie en begrip voor elkaar. We zouden de wens moeten uiten dat Nederland een land is waar mensen zich in elkaar proberen te verplaatsen, waarin sprake is van wederzijds respect en waarin voor mensen ongeacht hun geloof een plaats is.

45.Wrang voor verzoeker is dat hij opbotst tegen deze nieuwe van cement en ijzer opgetrokken Berlijnse muren van Islamofobie, xenofobie, uitsluiting en discriminatie in de stad die hij lief heeft, de alma parens waarin hij is opgegroeid en waarinhij is getogen. Juist in deze stad wordt verzoeker middels uitsluiting verbannen naar de uiterste ringen der duisternis; waar alleen gejammer en geknarsetand is.

46.Daarom zegt verzoeker onequivocaal aan de SoZaWe en de Gemeente Rotterdam: “Ich bin ein Rotterdammer."

47.En aan deze edelachtbare commissie: " Mr. / Mrs. Chairman, tear down this wall!"

48.Ik dank u voor uw aandacht.