wachten...

Succes

→ Winkelwagen bijgewerkt

Info

→ Winkelwagen bijgewerkt

Succes

E-mail verzonden!

Fout

E-mail niet verzonden!

Fout

Code is incorrect!

Fout

U bent iets vergeten!

Fout

Artikel niet meer op voorraad!

Fout

Succes

Succes

Fout

Jood in kaftan-ervaring, Moslima in burqa-ervaring

Nut en noodzaak van een militante Muslim Rights Movement, een Arabisch Europees Liga en een Vooruitstrevende Integratie Partij in Nederland.

In “Mein Kampf" vertelt Hitler hoe hij zich herinnert dat in zijn ouderlijk huis zijn vader het woord “jood" nooit heeft gebruikt. Zijn oude heer zag antisemitisme als een symptoom van een laag beschavingspeil. Hij was in de loop van zijn leven tot min of meer wereldburgelijke en kosmopolitische opvattingen gekomen die een “filter down" hadden naar zoonlief. Hitler vertelt hoe hij in zijn Weense tijd de vereuropeeste jood als Duitser aanzag en dat hij het dwaas vond dat de joden, omdat zij een afwijkende religie hadden, vervolgd moesten worden. Hij vertelt over zijn afkeer en afschuw als hij onsympathieke uitlatingen over joden hoorde. Hitler zag het jodendom als een godsdienst en stond daarom scherp afwijzend tegenover de gedachte aan de bestrijding van deze bepaalde religie. Hij zegt letterlijk: “Juist op dit gebied scheen mij een algemene verdraagzaamheid de juiste houding. Zo vond ik ook de toon waarop deze discussie werd gevoerd en vooral dien welke de Weense antisemitische pers aansloeg de oude traditionele beschaving van een groot volk onwaardig."

Wat is er dan gebeurd met deze tolerante man die een nieuwe definitie aan het woord “evil" zou geven? Wat is er veranderd aan deze man die weigerde antisemitische kranten en lectuur te lezen dat hij protagonist werd van een virulent antisemitische beweging? Wat is de Saulus-Paulus-ervaring, de Damuscus-ervaring, de radicale psychologische configuratie-desintegratie geweest voor Hitler? Wanneer kwam voor hem de befaamde bliksemstraal van Stotternheim naar beneden?

Ook op deze vraag geeft zijn egodocument “Mein Kampf" het antwoord. Hitler vertelt hoe hij toen hij op een zekere dag door de Weense binnenstad rondzwierf plotseling een verschijning in een lange kaftan en zwarte lokken ontmoette. “Is dit een jood? Was mijn eerste gedachte. Zo zagen zij er in Linz waarschijnlijk niet uit. Ik beschouwde de man onopvallend en voorzichtig, maar toen ik langer naar dit vreemde gezicht staarde en trek voor trek aandachtig naging, nam die eerste vraag een andere gedachte aan. Is dit ook een Duitser?" Om die vraag te beantwoorden kocht hij voor een luttel bedrag de eerste anti-semitische brochures in zijn leven. De toon en de vrij oppervlakkige en buitengewoon onwetenschappelijke bewijzen voor hun beweringen deden hem weer twijfelen. De aantijgingen waren zo mateloos dat hij uit vrees onrechtvaardig te oordelen weer angstig en onzeker werd. Er woedt een innerlijke strijd tussen verstand en gevoel in hem. Een zware strijd tussen “het nuchtere verstand en de sfeer waarin ik was opgegroeid". De geschiedenis heeft in haar meest bloedige annalen opgetekend waar deze innerlijke strijd naar toe heeft geleid.

Dezelfde ideologische kramp van de “jood in kaftan-ervaring" vinden we heden ten dage terug als we zien op welke manier er wordt gereageerd op Moslima's met burqa. De politie wordt geroepen in de ROC Amsterdam om zestien, zeventien en achttienjarige meisjes uit school te escorteren. Soweto, Johannesburg, Apartheidspolitiek, Jan van Riebeeck, Brown v. Board of Education zijn dan de Stichworts en de “buzzwords" die bij mij opkomen. Een donkerbruin vermoeden maakt zich sluipend meester over mij dat hier de godsdienstoorlogen dunnetjes worden overgedaan en wederom resoneert: cuis regio, eius religio, wes' Gebiet, des' Glaube in Nederland.

In het oordeel van 2000-63 wordt de Commissie Gelijke Behandeling door een verzoeker benaderd die een onderwijsinstelling is die diverse opleidingen verzorgt voor beroepen in de gezondheidszorg en wordt de Commissie gevraagd haar oordeel uit te spreken over de vraag of de door haar voorgenomen regeling inzake kledingvoorschriften in overeenstemming is met de Algemene Wet Gelijke Behandeling. De school wil deze regeling invoeren omdat één van de leerlingen gesluierd met een chador, een sluier waarbij alleen de ogen onbedekt zijn, in de les verschijnt. Een aantal docenten heeft praktische bezwaren tegen het dragen van dit kledingstuk in de lessituatie. Het zou nadelig zijn voor de non-verbale communicatie tijdens het onderwijsleerproces, de identificatie van de leerling tijdens lesuren en tentamens, en de toekomstige beroepsparticipatie. De Commissie oordeelt dat dergelijke kledingsvoorschriften een vorm van indirect onderscheid met zich meebrengt, nu daardoor overwegend personen met een bepaalde geloofsovertuiging (Moslims) getroffen worden (art. 1 sub c AWGB). Dergelijk onderscheid is in een onderwijssituatie in strijd met art. 7 lid 1 onder c AWGB, als het niet objectief gerechtvaardigd is (art. 2 lid 1 AWGB) en derhalve in strijd zijn met de wet.

Saillant en pijnlijk detail is dat de onderwijsinstelling die toentertijd als verzoeker optrad dezelfde is als de onderwijsinstelling die heden ten dage bezig is met razzia's op Moslima's met burqa, namelijk het ROC Amsterdam. Waarom handelt ROC Amsterdam nou tegen het oordeel van de Commissie Gelijke Behandeling, zoals gegeven in 2000-63? Handelt ROC Amsterdam uit gevaarlijk politiek opportunisme en wilt zij meeliften met de islamofobe thermieken die in het post-fortuyniaanse Nederlandse landschap heersen? Valt dit gedrag van het ROC Amsterdam binnen de paradigmaverschuiving van het doodknuffelbeleid van allochtonen, dat nooit heeft bestaan, naar het huidig vigerende doodknuppelbeleid van allochtonen? Waarom steunt de wethouder onderwijs in Amsterdam, Rob Oudkerk (PvdA), het besluit van ROC Amsterdam en waarom vinden alle lijsttrekkers, Femke Halsema (Groen Links) incluis, burqa's in het onderwijs niet kunnen? Waarom zie ik bij de academici en professoren in deze een, excusez le mot, te schijterige positie-inname om deze Moslima's met burqa te verdedigen?

Het antwoord is simpel. Politieke partijen, universiteiten, rechtelijke colleges, anti-discriminatie-bureau's (Het Amsterdamse “Anti"-Discriminatiebureau gaf het advies aan ROC Amsterdam het verbod op burqa's in te stellen!) zijn “white-man institutions". Het was in de jaren vijftig en zestig in de Verenigde Staten dat de blacks massaal tot datzelfde inzicht kwamen. Wat de blacks toen in de Verenigde Staten deden moet als voorbeeld en routeplanner dienen voor de allochtonen in Nederland. Afhankelijk werden er door de National Association for the Advancement of Colored People (NAACP) litigatoire activiteiten als een instrument tot sociale hervorming ontplooit. Het succes motiveerde andere groepen en organisaties deze “law-reform strategy" te adopteren. Litigatie werd een instrument voor sociale verandering. Milieu-activisten, feministen en TheWar on Poverty geleid door Ralph Nader gebruikten dezelfde strategie van “test-case litigation". Voor de blacks was dit echter niet voldoende. Tot nu toe werden die rechten geëffectueerd die ze constitutioneel al hadden, fase twee was echter dat het juridisch-normatief moment moest worden aangepast aan het sociaal-actueel moment. Dit betekende dus dat de positiefrechtelijke juridische kaders moesten worden aangepast aan de veranderde demografische werkelijkheid en het groeiende burgerrechtenbewustzijn onder de blacks. In die tijd van verharding, verruwing en verplatting waar de blacks door notabele Amerikaanse politici werden geviseerd, gestigmatiseerd en gestereotypeerdkreeg je een hegeliaans antithetische beweging van “angry young blacks" die niet terugdeinsden de barricaden, de strato-cumulus van opstandige hartstochten, op te gaan.

Roerige tijden die ons nu ook in Nederland te wachten staan. Het feit dat Rob Oudkerk (PvdA) in conclaaf met Job Cohen (PvdA) in de meest gruwelijk west-idiomatische krachttermen kan spreken over Marokkanen en ze allebei nog op het pluche mogen zitten (de een werd zelfs premierkandidaat!), getuigt van dédain naar de hele Marokkaanse gemeenschap. In de Verenigde Staten krijg je nu, dankzij de militante burgerrechtenstrijd van o.a. Malcolm X en Stokely Carmichael, een loeiharde Remkesiaanse rotschop onder je ignobele politieke derrière als je als politicus op een dergelijke manier vergaloppeert. Het laatste lichtende voorbeeld is Senator Trent Lott, de Republikeinse Leader of the Senate, die moest opstappen om zijn ongelukkige segregatie-was-goed uitspraken. Daarom is er een Arabisch Europese Liga nodig in Nederland die er voor zorgt dat Marokkanen een body, mind, soul and voice krijgen, zodat ze hun eigen lot kunnen determineren. Laudibel is ook de Vooruitstrevende Integratie Partij van de Haagse advocaat R. Dhalganjansing die de strijd aanbindt met de Uncle Tom's, de bounty's en de sell-outs die welig tieren in de allochtonen-gemeenschap. Knuffelallochtonen die geen ruggengraat hebben, maar alleen maar napapegaaien wat ze van de hogere echelons van de “white-man institution" worden geacht te zeggen. Parafraserend op Wim Kan kunnen we zeggen: "Elke ochtend lees ik weer in de krant wat ik nu weer volgens mijn subsidiebrood etende woordvoerder moet vinden."

Wat we nodig hebben in Nederland is een militante Muslim Rights Movement die vecht voor Moslima's in burqa, die de barricades opgaat voor Moslima's in burqa, die vecht om rechten te doen effectueren en die vecht om rechten voorzover ze er nog niet zijn via “sit downs", via “one million man marches", via “the ballot or the bullet", te doen scheppen in de juridisch-normatieve werkelijkheid, zoals die vigeert in Nederland. Bent u een tolerante Nederlander? De lakmoesproef van uw tolerantie zal blijken wanneer u die Moslima in burqa tegenkomt. Misschien in het onderwijs of op straat. Of misschien als kleuterleidster of als rechter in uw rechtssysteem. Ik weet zeker dat er ook bij u dan een zware strijd tussen het gevoel en het verstand zal woeden. Hoe u als tolerante Nederlander zal reageren? De annalen van de geschiedenis zullen het optekenen.

We declare our rights on this earth, to be a man, to be a human being, to be respected as a human being, to be given the rights of a human being, in this society, on this earth, on this planet, which we intend to bring in existence, by any means necessary!"

Malcolm X

“Too long have we allowed white people to interpret the importance and meaning of the cultural aspects of our society. We have allowed them to tell us what was good about our Afro-American music, art, and literature. How many black critics do we have on the "jazz" scene? How can a white person who is not part of the black psyche (except in the oppressor's role) interpret the meaning of the blues to us who are manifestations of the song themselves?"

Stokely Carmichael

All Power to All the People!

Gepubliceerd in het meestersweeknummer van het rechtenblad Fiat Justitia, maart 2003.